Het afgelopen jaar werd een maatschappelijk debat gevoerd over de impact van de coronapandemie op de woningmarkt. In verschillende media werd gesteld dat de coronapandemie een trek uit de stedelijke gebieden had veroorzaakt nu thuiswerken de norm is geworden. Onderzoek laat zien dat deze de-urbanisatie niet het directe gevolg is van de coronapandemie, maar onderdeel is van een bestaande trend.

De trek uit de stad is eerder een gevolg van de toenemende betaalbaarheidsproblematiek in grootstedelijke gebieden, constateren onderzoekers Nando Slijkerman, Christian Lennartz en Trond Husby van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in Den Haag. In een studie, verschenen in de december-editie van de VOGON-uitgave Real Estate Research Quarterly, laten zij zien dat de toenemende vraag naar koopwoningen buiten de grote steden géén direct gevolg is van de pandemie. De trek uit de stad en de bereidheid relatief gezien meer voor een buitenstedelijke woning te betalen heeft volgens hen zeer waarschijnlijk andere oorzaken.

Dat betekent niet dat de pandemie geen langdurig effect op de ruimtelijke vraag naar woningen zal hebben, vinden zij. Het lijkt aannemelijk dat in tijden van nominale prijsstijgingen van rond 15% steeds meer kopers worden gedwongen om hun potentiële zoekgebied te vergroten - als zij überhaupt nog een koopwoning kunnen bemachtigen. Op een gegeven moment zal de pandemie weer voorbij zijn, maar als structureel meer thuiswerken daadwerkelijk de norm op de arbeidsmarkt blijft, zullen kopers geneigd zijn om grotere verhuisafstanden en daarmee grotere pendelafstanden voor lief te nemen. Daardoor zou de combinatie van grote prijsstijgingen, het hoge prijsniveau in en dichtbij de steden en meer thuiswerken een nivellerende rol kunnen spelen in regionale verschillen op de Nederlandse woningmarkt.

Download hier de pdf met het volledige artikel.