In vergelijking met andere landen in Europa liep Nederland voorop in de krimp van de particuliere huursector. Deze periode duurde tot 2012. De sector werd de kleinste eigendomssector in vergelijking met de andere landen. Een trendbreuk lijkt te zijn opgetreden sinds Nederland de laatste financiële crisis van 2007 te boven is gekomen. Particuliere huur lijkt in opkomst.
 
 
Door Marietta Haffner

Dit onderzoek behandelt de mogelijke effecten van het groeiende marktaandeel van particuliere verhuurders en de relatie met andere kopers op de woningmarkt in zes metropoolregio’s: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven in de periode 2009 tot en met 2018. Particuliere investeerders betalen ten opzichte van een koopstarter sinds 2014 minder voor een vergelijkbare woning. In buurten waar veel particuliere investeerders actief zijn ligt de gemiddelde koopsom hoger.
 
 
Door Lianne Hans, Marc Francke en Paul de Vries

De vrije huursector had na de Tweede Wereldoorlog weinig speelruimte op de Nederlandse woningmarkt. Ze was ingeklemd tussen een omvangrijke sociale huursector en een fiscaal bevoordeeld koopsegment. De laatste jaren werkt private huur echter aan een opmerkelijke terugkeer. In deze bijdrage kijken we naar de huren en rendementen die op deze markt tot stand kwamen in de Metropoolregio Amsterdam gedurende de jaren 2012–2019. We vinden een soortgelijke samenhang tussen huren en woningkenmerken als tussen koopprijzen en woningkenmerken bestaat. Het hoge Amsterdamse huurniveau breidt zich uit over de omgeving terwijl de huurstijging in Amsterdam zelf wat afvlakt. Het bruto aanvangsrendement in de vrije huursector ligt tussen de 6 en 7% en staat in Amsterdam duidelijk onder druk. Een rem op het aanbod van private huurwoningen draagt bij aan het in stand houden van het hoge rendement.
 
Door Jan Rouwendal en Maureen Lankhuizen
 

De particuliere huursector is de afgelopen jaren flink gegroeid. In de grote steden leidde dit tot ongewenste neveneffecten zoals een verminderde toegankelijkheid voor middeninkomens en starters. Middels beleidsinterventies, zoals een woningsplitsingsverbod en huurprijsregulering, probeerden beleidsmakers bij te sturen. Dergelijke interventies hebben echter niet op alle verhuurders hetzelfde effect. In dit artikel worden twee typen particuliere beleggers onderscheiden: pensioenbeleggers en vastgoedondernemers. Onderlinge verschillen in termen van investeringsstrategie en de effecten van (voorgestelde) recente beleidswijzigingen worden belicht.
 
 
Door Christian Lennartz, Marieke van der Staak en Frans Schilder

Deze bijdrage gaat in op grondbeleid en grondprijzen in relatie tot ruimtelijk beleid. Geconstateerd wordt dat de ruimtelijke ordening als domein van rijksbeleid sinds 2010 is verdwenen. Daarmee is het kind met het badwater weggegooid. De nadelen van de huidige situatie worden geïnventariseerd. Mede door de toenemende betekenis van het klimaatbeleid wordt een herwaardering van ruimtelijk beleid bepleit inclusief een strategische rol van het Rijk. Het Rijk kan zorgen voor een internationale inbedding van het Nederlandse ruimtelijk beleid, een verbinding met een gedifferentieerd decentraal beleid en ruimtelijke conflictbeslechting.

Voor het volledige artikel downloadt u de pdf.

Door Hugo Priemus

Terwijl de ene winkelformule na de ander de deuren sluit en de winkelleegstand oploopt, is er ook een tegengestelde trend gaande. Steeds meer onlineretailers openen een of meerdere fysieke winkels. Hoe omvangrijk is deze ontwikkeling, waarom kiezen internetwinkels daarvoor en wat zijn hun locatievoorkeuren? Dit artikel doet verslag van een onderzoek naar deze vragen.

Voor het volledige artikel downloadt u de pdf.

Door Joery Schouten, Martijn Exterkate en Edwin Buitelaar

Betaalbaarheid van zowel het wonen als energie staat in het middelpunt van de belangstelling. Zeker met het oog op de energietransitie en de vergaande verduurzaming van de woningvoorraad die daarmee samenhangt. Monitoring van de ontwikkeling van betaalbaarheid is noodzakelijk om het draagvlak voor de grote verbouwing te borgen. De huidige betaalbaarheidsindicatoren zijn mogelijk nog onvoldoende toegerust om de ontwikkeling van uitgaven aan wonen en energie goed te volgen. De energietransitie vereist een herijking van het gehanteerde instrumentarium. 

Voor het volledige artikel downloadt u de pdf.

Door Frans Schilder, Manon van Middelkoop en Steven van Polen

In het kader van de energietransitie zullen ook oudere eigenaren-bewoners moeten investeren in de energetische kwaliteit van hun woning. Niet alle ouderen hebben voldoende inkomen en vermogen om dat te doen. Bovendien moeten diezelfde ouderen meebetalen aan ondersteuning in zorg en welzijn vanwege het beleid gericht op het langer zelfstandig wonen van ouderen. Deze stapeling van opgaven in combinatie met het feit dat ouderen niet alleen energiezuinig maar ook gewoon fijn willen leven, stelt beleidsmakers voor nieuwe uitdagingen. De vastgoedsector kan een belangrijke rol spelen in het helpen realiseren van beide doelen, maar een meer integraal inzicht in de financiële ruimte en persoonlijke wensen van ouderen, ook bij ouderen zelf, is noodzakelijk.

 
Auteurs: Frans Schilder en Oana Druta 

Buildings are responsible for approximately 40% of energy consumption and 36% of carbon emissions in the EU (European Commission, 2019). Consequently, it is important to focus on reducing energy consumption and promoting the use of energy from renewable sources in the real estate sector. This study uses a hedonic model to examine the relation between energy labels and rent prices, controlling for building-specific characteristics and economic, social, demographic and locational variables. Proof of this relationship will steer more risk-bearing capital towards sustainable real estate investments and, in turn, help further reduce carbon emissions and energy usage in the building sector.
 
Download pdf for full article (Voor het volledige artikel downloadt u de pdf)
 
Authors: Steve Goossens, Nils Kok and Mike Langen

De leegstand van gebouwd industrieel erfgoed groeit. Doordat de waarde van industrieel erfgoed moeilijk te kwalificeren en kwantificeren is, wordt erfgoed soms onnodig gesloopt. Het doel van dit onderzoek is om de toegevoegde waarde van herbestemming van industrieel erfgoed te kwantificeren door het prijseffect op de omliggende woningen te bepalen. Aan de hand van een hedonisch prijsmodel is na herbestemming een significante prijsstijging van gemiddeld 7,1% gevonden voor woningen binnen een straal van 1300 meter. Op basis van deze resultaten wordt geconcludeerd dat de herbestemming van industrieel erfgoed een positief effect kan hebben op het omliggende gebied door een woningprijspremie te creëren, en dus als katalysator voor gebiedsontwikkeling kan dienen.
 
Voor het volledige artikel downloadt u de pdf
 
Door: Tessa Persoon en Hilde Remøy