Tag Archief van: circulair bouwen

Onderzoekers Brian van Laar, Mohammad B. Hamida en Angela Greco van TU Delft hebben de VOGON Research Award 2026 gewonnen met hun artikel ‘From vision to action: An integrative approach for circular adaptive reuse’. De winnaars werden bekendgemaakt tijdens het VOGON-symposium op 12 mei 2026.

Adaptief hergebruik speelt een sleutelrol in de transitie naar een circulaire gebouwde omgeving. Toch blijven de praktische implementatie van circulaire principes en het omgaan met toekomstige onzekerheden een uitdaging. Eerder ontwikkelde tools richten zich óf op visionaire toekomstscenario’s, óf op contextspecifieke strategieën, maar slagen er zelden in om beide effectief te combineren. Deze kloof tussen visie en uitvoering beperkt de slagkracht van circulaire transformatie.

Het winnende artikel presenteert een zevendelige methodiek om dit gat te overbruggen. De eerste vier stappen richten zich op scenario-ontwikkeling via de Cross-Impact Balance-methode, waarmee consistente en plausibele toekomstbeelden worden geformuleerd. De laatste drie stappen maken gebruik van het Circular Building Adaptability for Adaptive Reuse (CBA-AR) framework om passende ontwerpstrategieën te selecteren en hun prestaties te toetsen op circulariteitsdoelen.

Lees hier het complete artikel.

De jury van de VOGON Research Award selecteerde het winnende artikel uit de jaarbundel 2025 van Real Estate Research Quarterly. Vorig jaar ging de prijs naar Dewi Anakram voor zijn artikel “Split incentives, energielabels en woninghuren” in de RERQ-jaargang 2024.

Over de winnaars

Brian van Laar is PhD-onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft (TU Delft) en richt zich op besluitvormingsprocessen bij adaptief hergebruik in de gebouwde omgeving. Mohammad B. Hamida is PhD-onderzoeker aan TU Delft en ontwikkelt frameworks voor het integreren van circulaire economieprincipes in duurzame gebouwadaptatie. Angela Greco is universitair docent Innovatiemanagement aan TU Delft en senior wetenschapper bij TNO Vector, Centrum voor Maatschappelijke Innovatie en Strategie.

VOGON Research Award

De VOGON Research Award is een stimuleringsprijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan de best beoordeelde vastgoedpublicaties in Real Estate Research Quarterly. De winnaar ontvangt een oorkonde en een geldbedrag. De award wordt toegekend door een jury van Nederlandse vastgoeddeskundigen die artikelen beoordelen die zijn verschenen in het voorgaande jaar.

Criteria
Bij de selectie van de beste artikelen worden de volgende vier criteria gehanteerd: relevantie en bruikbaarheid voor de Nederlandse vastgoedmarkt, vernieuwend dan wel origineel qua aanpak, thematiek of invalshoek, gebaseerd op eigen onderzoek, op secundaire analyse dan wel een kritische reflectie en een hoge mate van consistentie en toegankelijkheid.

Jury

De jury bestaat uit Hans Vrensen (voorzitter, AEW), Maarten Jennen (PGGM), Dick Vos (VMC Invest) en Aart Hordijk.

Op de foto
Van links naar rechts: Jurylid prof. dr. Aart Hordijk, prijswinnaar Mohammad B. Hamida en VOGON-voorzitter Madeline Buijs.

Transformatie van industrieel erfgoed blijkt een kansrijke strategie om circulaire maakindustrie in stedelijk gebied te faciliteren. Dat concludeert Christiaan Hanse in zijn artikel Industrieel erfgoed (her)bestemd – het faciliteren van de circulaire maakindustrie, verschenen in Real Estate Research Quarterly, het kwartaalblad van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON).

Volgens Hanse ligt er een sleutelrol voor deze transformaties in het versterken van circulaire processen en het revitaliseren van stedelijke gebieden. Hij onderzocht drie representatieve cases in Rotterdam en Eindhoven waar circulaire maakbedrijven onderdak vonden in herontwikkelde industriële gebouwen.

Uit zijn analyse blijkt dat deze transformaties niet alleen ruimte bieden aan start-ups en hightech productiebedrijven, maar ook bijdragen aan het sluiten van materiaalstromen en het stimuleren van innovatie en vakmanschap in de stad. Voorwaarden zijn wel dat het erfgoed voldoende flexibiliteit, functionaliteit en bereikbaarheid biedt en past binnen een heldere ontwikkelvisie.

Volgens het onderzoek zijn de voordelen legio: historisch waardevolle gebouwen bieden vaak unieke ruimtelijke kwaliteiten, bestaande energie-infrastructuur en een onderscheidend profiel dat aantrekkelijk is voor innovatieve bedrijven. Tegelijkertijd zijn er obstakels, zoals regelgeving rond monumentenzorg en de financiële haalbaarheid van langdurige huisvesting voor maakbedrijven in concurrerende stedelijke markten.

Succesvolle match vraagt om maatwerk

Een belangrijk resultaat van het onderzoek is een beoordelings- en ontwikkelmodel waarmee de geschiktheid van industrieel erfgoed voor verschillende typen maakbedrijven kan worden bepaald. Het model is opgebouwd uit locatiecriteria, succesfactoren en ontwikkelprincipes, gevalideerd via interviews met ondernemers, ontwikkelaars en experts. Deze inzichten maken het mogelijk om transformaties doelgericht af te stemmen op de behoeften van diverse circulaire spelers.

Voor succesvolle herontwikkeling blijkt het essentieel om een sterk concept te hanteren dat aansluit bij de stedelijke en economische context. Flexibele huurvormen, een actieve communitymanager en samenwerking met de lokale overheid vergroten de kans op duurzame inbedding van maakfuncties in het stedelijk weefsel. Clustering van complementaire bedrijven, bijvoorbeeld rondom hetzelfde materiaalgebruik, versterkt bovendien de circulaire impact van het geheel.

Erfgoed als pijler voor de circulaire stad

Door circulaire maakbedrijven onder te brengen in industrieel erfgoed ontstaat niet alleen een nieuwe economische functie voor deze vaak monumentale panden, maar wordt ook actief bijgedragen aan stedelijke circulaire doelen. Denk aan het verwerken van reststromen, het ontwikkelen van duurzame technologie en het overdragen van ambachtelijke vaardigheden. Cruciaal is wel dat er voldoende ruimte blijft voor deze functies, zeker in een tijd waarin woningbouw en commerciële ontwikkeling concurreren om dezelfde vierkante meters.

Het onderzoek wijst erop dat industrieel erfgoed niet alleen een kostenpost is bij leegstand, maar ook waardevol kapitaal kan vormen – mits goed ingebed in beleid, ontwikkelvisie en stedelijk ecosysteem. Met het ontwikkelde model krijgen overheden en ontwikkelaars een bruikbaar instrument in handen om deze potentie te benutten.

Lees hier het complete artikel

Over de auteur
Christiaan Hanse is adviseur bij Brink Management & Advies en won in 2023 een Circularity in the Built Environment award voor zijn afstudeeronderzoek over transformatie van industrieel erfgoed voor de stedelijke maakindustrie.

Het transformeren van verouderde schoolgebouwen via circulaire renovatie biedt niet alleen kansen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving, maar ook voor het verbeteren van leeromstandigheden.

Dat concluderen Fujing Ma, Torsten Schröder en Juliette Bekkering in hun artikel “Circular Renovation of Aged Educational Buildings: Context and Necessities for Transformation in the Netherlands”, verschenen in Real Estate Research Quarterly, het vakblad van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON).

De auteurs signaleren dat een groot deel van de onderwijsgebouwen in Nederland – veelal gebouwd tussen 1950 en 1990 – dringend toe is aan een grondige renovatie. Deze gebouwen kampen met verouderde installaties, slechte energieprestaties en sluiten onvoldoende aan op de huidige onderwijsbehoeften. Vernieuwing is noodzakelijk om aan wet- en regelgeving te voldoen, maar ook om veiligheid, comfort en functionaliteit te waarborgen.

Centraal in het betoog staat de noodzaak om de renovatieopgave niet traditioneel, maar circulair aan te pakken. Daarbij worden materialen zoveel mogelijk hergebruikt, gebouwen flexibel ontworpen en worden installaties toekomstbestendig vernieuwd. Door gebruik te maken van Stewart Brand’s ‘Shearing Layers’-model brengen de onderzoekers in kaart waar de grootste uitdagingen zich bevinden: bij de buitenschil, installaties en indeling. Juist daar ligt volgens hen de sleutel tot een duurzame vernieuwing.

School als proeftuin

Bijzonder aan onderwijsgebouwen is hun intensieve en continue gebruik. Dat maakt ze volgens de auteurs uitermate geschikt als pilotlocaties voor circulaire renovatie, met mogelijkheden voor educatie en bewustwording van leerlingen en personeel over duurzaamheid. De toepassing van circulaire principes in deze context kan inspirerend werken voor andere sectoren in de bouw.

Daarnaast blijkt uit de literatuurstudie dat traditionele renovatieaanpakken vaak onvoldoende aansluiten bij de specifieke kenmerken van het bestaande schoolvastgoed. De combinatie van verouderde bouwmethoden, materiaalgebruik en rigide plattegronden vraagt om nieuwe ontwerpstrategieën die ruimte bieden voor aanpasbaarheid en levensduurverlenging.

Van beleidsambitie naar praktijkkaders

De onderzoekers benadrukken dat er al veel ontwerpprincipes bestaan voor circulair bouwen, zoals ‘Design for Disassembly’, modulair ontwerpen en hergebruik van materialen. De uitdaging ligt echter in het vertalen van deze principes naar bestaande gebouwen. Daarvoor is meer onderzoek nodig, evenals het ontwikkelen van praktische tools voor ontwerpers, bouwers en beleidsmakers.

Uiteindelijk pleiten Ma, Schröder en Bekkering voor een fundamentele koerswijziging in het denken over renovatie: van sloop en nieuwbouw naar hergebruik en transformatie. Door circulaire renovatie als standaardpraktijk te omarmen, kan de vastgoedsector substantieel bijdragen aan de klimaatdoelen én aan toekomstbestendig onderwijs.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs
Fujing Ma is PhD-student aan de faculteit Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Dr. Torsten W.A. Schröder is universitair hoofddocent duurzaamheid in architectonisch ontwerp aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).
Prof. ir. Juliette Bekkering is hoogleraar Architectural Design and Engineering aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).

Een nieuwe methodiek verbindt toekomstgerichte scenario’s met concrete ontwerpstrategieën voor de circulaire herontwikkeling van vastgoed. Door scenarioanalyse en circulaire ontwerpprincipes te integreren, biedt deze aanpak ontwerpers en vastgoedprofessionals een werkbaar pad om circulaire ambities te vertalen naar realistische projectstrategieën.

Dit blijkt uit het artikel ‘From vision to action: An integrative approach for circular adaptive reuse’ van Brian van Laar, Mohammad B. Hamida en Angela Greco in Real Estate Research Quarterly, het kwartaalblad van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON).

Adaptief hergebruik speelt een sleutelrol in de transitie naar een circulaire gebouwde omgeving. Toch blijven de praktische implementatie van circulaire principes en het omgaan met toekomstige onzekerheden een uitdaging. Eerder ontwikkelde tools richten zich óf op visionaire toekomstscenario’s, óf op contextspecifieke strategieën, maar slagen er zelden in om beide effectief te combineren. Deze kloof tussen visie en uitvoering beperkt de slagkracht van circulaire transformatie.

Het artikel presenteert een zevendelige methodiek om dit gat te overbruggen. De eerste vier stappen richten zich op scenario-ontwikkeling via de Cross-Impact Balance-methode, waarmee consistente en plausibele toekomstbeelden worden geformuleerd. De laatste drie stappen maken gebruik van het Circular Building Adaptability for Adaptive Reuse (CBA-AR) framework om passende ontwerpstrategieën te selecteren en hun prestaties te toetsen op circulariteitsdoelen.

Van hypothetisch project naar bruikbare strategie

De methodiek werd getest op een hypothetisch herontwikkelingsproject van een monumentaal pand in Nederland. Op basis van elf kernfactoren zoals regelgeving, erfgoedwaarde en aanpasbaarheid, werden scenario’s gegenereerd die de richting bepaalden voor de selectie van circulaire strategieën. Daarbij werd onder meer gebruikgemaakt van AI-gegenereerde visualisaties om scenario’s inzichtelijk te maken voor stakeholders.

Cruciaal in deze aanpak is de afstemming van projectdoelstellingen op strategieën. Als bijvoorbeeld historische waarde als prioriteit wordt gesteld, vergt dit behoudgerichte keuzes, wat weer consequenties heeft voor technische ingrepen. Deze dynamiek laat zien hoe strategische scenario-ontwikkeling de haalbaarheid van circulaire strategieën beïnvloedt.

Hanteerbare aanpak voor de praktijk

Hoewel de methode geen kant-en-klare ontwerpen oplevert, fungeert zij als gids en beslissingsondersteunend instrument in de vroege projectfasen. Door het combineren van waardegeoriënteerde scenario’s met beproefde hergebruikstrategieën kunnen ontwerp- en vastgoedprofessionals gefundeerde keuzes maken die zowel toekomstbestendig als praktisch uitvoerbaar zijn.

Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op het standaardiseren van de selectiecriteria voor scenariofactoren en het ontwikkelen van semikwantitatieve tools om subjectieve oordelen beter te onderbouwen. Bovendien zou praktijktoepassing in echte projecten bijdragen aan verdere verfijning van de aanpak.

Lees hier het complete artikel

Over de auteurs

Brian van Laar is PhD-onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft (TU Delft) en richt zich op besluitvormingsprocessen bij adaptief hergebruik in de gebouwde omgeving.

Mohammad B. Hamida is PhD-onderzoeker aan TU Delft en ontwikkelt frameworks voor het integreren van circulaire economieprincipes in duurzame gebouwadaptatie.

Angela Greco is universitair docent Innovatiemanagement aan TU Delft en senior wetenschapper bij TNO Vector, Centrum voor Maatschappelijke Innovatie en Strategie.

© Copyright 2022 Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland. Alle rechten voorbehouden. Privacy Verklaring