Tag Archief van: huurwoningen

Tweede editie van de interactieve workshop Wetenschap4Corporaties over woningcorporaties in spagaat: de kunst van het mogelijk maken. Deze studiemiddag wordt door VOGON georganiseerd in samenwerking met TU/e, het network Wetenschap4Corporaties en Woonbedrijf.

Woningcorporaties bevinden zich in een uitdagende spagaat. Aan de ene kant groeit de maatschappelijke opgave om meer te bouwen, versneld te verduurzamen en te zorgen voor betaalbare huren. Aan de andere kant staat de financiële ruimte om die opgave te realiseren onder druk door krappe middelen, oplopende rente en strenge regelgeving. Hoe vinden corporaties de balans tussen wat nodig is en wat haalbaar is?

Tijdens deze tweede editie van de interactieve workshop Wetenschap4Corporaties komen wetenschappelijke inzichten en praktische tools samen. Onderzoekers presenteren hun bevindingen op basis van gedragstheorieën, data-analyse en digitale tools. De presentaties worden scherp gehouden door opponenten uit de sector en we sluiten af met een plenaire rondetafel. Het tijdschrift Real Estate Research Quarterly van VOGON wijdt een themanummer aan deze innovatieve inzichten en tools.

Voor wie deze editie?

Vooral interessant voor strategische adviseurs, portfolio- en assetmanagers van woningcorporaties en beleidsmedewerkers, vastgoedexperts en onderzoekers.

Programma

We werken met parallelle sessies. Per ronde mogen de deelnemers een sessie uitkiezen. Een eerste preview van de thema’s:

  • Investeringscapaciteit: de (on)mogelijkheden en best practices voor de lange termijn.
  • Waarde voor bewoners: nieuwe inzichten in het toewijzingsbeleid en de brede baten van verduurzaming.
  • Slimmer kiezen: besluitvormingsmodellen (slopen en nieuw bouwen of renoveren) en een AI-tool die huurdersmeningen op sociale media interpreteert.

Locatie

TU Eindhoven

Aanmelden

Kan binnenkort op deze plek.

Daniek van der Zanden van Rabobank sloot het inhoudelijke deel van het VOGON-symposium 2026 af met een presentatie over wooncoöperaties. Volgens de sectormanager Vastgoed & Wonen vormen deze collectieve woonvormen een serieus alternatief binnen de vastgelopen woningmarkt. De traditionele tweedeling tussen kopen en huren voldoet steeds minder, terwijl burgers juist meer regie willen over hun woonomgeving.

Van der Zanden begon haar verhaal met een analyse van de huidige woningmarkt. Vooral de doorstroming van ouderen stokt. Veel senioren wonen langer in woningen die niet meer aansluiten bij hun levensfase, terwijl passende alternatieven ontbreken. Tegelijkertijd verandert het zorglandschap snel doordat ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen. “De huidige woon- en zorgstructuren sluiten eigenlijk niet meer aan op de markt zoals wij die nu hebben”, stelde ze.

Volgens Van der Zanden vraagt dat om “een andere manier van denken, een andere manier van doen en een andere manier van samenwerken”. Juist daarom ziet Rabobank veel potentie in wooncoöperaties. In deze woonvorm organiseren bewoners samen hun huisvesting, waarbij gemeenschappelijkheid, betaalbaarheid en sociale verbinding centraal staan.

Van der Zanden werkt inmiddels ruim dertien jaar bij Rabobank en maakte van betaalbaar wonen haar persoonlijke missie. “Mijn missie is om iedereen een betaalbare woning te geven, maar daarnaast ook een passende woning.” De afgelopen 2,5 jaar richtte ze zich volledig op het mogelijk maken van wooncoöperaties binnen de bank. Rabobank noemt deze beweging inmiddels “de derde woonweg”, naast de traditionele koop- en huurmarkt.

Totaal andere woonvorm

Een wooncoöperatie verschilt fundamenteel van traditionele woonvormen. De woningen zijn juridisch eigendom van de coöperatie en niet van individuele bewoners. De bewoners zijn lid van de coöperatie en hebben gezamenlijk zeggenschap over beheer, onderhoud en de toelating van nieuwe bewoners. “Niemand wordt financieel beter van wonen in een wooncoöperatie”, benadrukte Van der Zanden. Waardestijgingen blijven binnen de gemeenschap en eventuele overschotten worden gebruikt voor onderhoud, aflossing van leningen of nieuwe wooninitiatieven.

Volgens haar spreekt deze woonvorm een aanzienlijke groep woningzoekenden aan. Onderzoeken laten zien dat ongeveer 25 tot 35 procent van de woningzoekenden interesse heeft in gemeenschappelijk wonen. Daarbij kan de mate van collectiviteit sterk verschillen. Ouderen zoeken vaak vooral verbondenheid voor de voordeur en privacy daarachter, terwijl jongere bewoners juist vaker voorzieningen delen.

Coöperatie pakt maatschappelijk probleem aan

Rabobank ziet wooncoöperaties nadrukkelijk als een instrument om maatschappelijke problemen aan te pakken. Van der Zanden wees op de groeiende eenzaamheid, de oplopende woningprijzen en de behoefte aan meer gemeenschapsvorming. Vooral multigenerationeel wonen biedt volgens haar kansen. “Jong en oud samen onder één dak, samen zorgen voor hun eigen woonomgeving.”

De ontwikkeling verkeert nog in de beginfase, maar groeit snel. Rabobank heeft momenteel 105 wooncoöperaties in de pijplijn, waarvan 62 inmiddels beschikken over een concrete locatie. Dat vertegenwoordigt volgens Van der Zanden ruim 3500 woningen in het sociale en betaalbare segment. Tot nu financierde Rabobank vijf wooncoöperaties. Daarmee is de bank voorlopig de enige Nederlandse bank die dit structureel doet.

Financiering met pizzapunten

Het financieren van wooncoöperaties blijkt complex. Van der Zanden omschreef de financieringsstructuur als een “pizzapuntfinanciering”, opgebouwd uit verschillende financieringsbronnen. De bancaire lening vormt meestal 60 tot 70 procent van de totale investering. Daarnaast brengen bewoners zelf kapitaal in, vaak tussen de 5 en 10 procent van de totale kosten. Ook publieke fondsen, impactfinanciering, crowdfunding, obligaties en achtergestelde leningen spelen een rol.

Een belangrijke ontwikkeling is de oprichting van het landelijke leenfonds voor wooncoöperaties, waarvoor de overheid 60 miljoen euro beschikbaar stelt. Dat fonds moet vanaf volgend jaar operationeel zijn. Volgens Van der Zanden laat dit zien dat ook de overheid de maatschappelijke waarde van wooncoöperaties steeds nadrukkelijker erkent.

Aanvullende leningen uit impactfonds

Rabobank zelf werkt daarnaast met impactfinanciering via de Rabo Impact Foundation. Naast reguliere bancaire financiering verstrekt deze stichting aanvullende leningen tegen gunstigere voorwaarden. “We willen met dit geld zoveel mogelijk wooninitiatieven helpen”, aldus Van der Zanden.

Tegelijkertijd erkende ze dat de huidige financieringsconstructies nog ingewikkeld zijn. Hoe meer “pizzapunten” nodig zijn, hoe complexer en risicovoller de structuur wordt. Vooral obligatiecampagnes en crowdfunding brengen extra risico’s met zich mee. Op termijn hoopt Rabobank dat de financiering eenvoudiger kan worden georganiseerd.

Buurtcentrum in de plint

Als praktijkvoorbeeld presenteerde Van der Zanden wooncoöperatie Eureka in Amsterdam. Dit project omvat honderd woningen, gericht op jongeren en 55-plussers. Het complex bestaat grotendeels uit middeldure huurwoningen, aangevuld met vrije sectorwoningen om de businesscase rond te krijgen. Daarnaast bevat het project een buurtcentrum in de plint, dat door de gemeente Amsterdam mede wordt gefinancierd.

Voor Rabobank vormde Eureka een belangrijke leerschool. “De kracht van burgers is echt sterker dan we in eerste instantie hadden gedacht.” Volgens Van der Zanden bewijst het project dat bewonerscollectieven in staat zijn complexe gebiedsontwikkelingen zelf vorm te geven, mits ze professioneel worden begeleid. Procesbegeleiding is volgens haar essentieel, juist omdat bewonersgroepen bestaan uit mensen met uiteenlopende belangen en achtergronden.

Geen financieel voordeel voor bewoners

Tijdens de discussie met de zaal kwam ook de spanning tussen idealisme en praktijk aan bod. Wooncoöperaties zijn sterk gereguleerd om te voorkomen dat bewoners financieel profiteren van schaarste. Wie vertrekt uit een wooncoöperatie, krijgt maximaal de oorspronkelijke inleg terug. “Er wordt geen recht verkocht om betaalbaar te kunnen wonen”, benadrukte Van der Zanden.

Toch verwacht ze dat wooncoöperaties de komende jaren een veel grotere rol gaan spelen. Niet als vervanging van woningcorporaties, maar als aanvulling daarop. “We noemen het bewust de derde woonweg.” Volgens Van der Zanden groeit de politieke steun snel en neemt ook de maatschappelijke belangstelling toe. Daarmee lijken wooncoöperaties zich langzaam te ontwikkelen van niche-initiatief tot serieus onderdeel van de Nederlandse woningmarkt.

Op donderdagmiddag 20 november biedt de VOGON geïnteresseerden de mogelijkheid om op excursie te gaan naar de Bijlmerbajes in Amsterdam. Op het terrein van de Bijlmerbajes komt een nieuwe stadswijk met 1350 woningen en 20.000 m² aan voorzieningen. De VOGON is uitgenodigd om langs te komen bij de Bajes Lounge, het informatiecentrum over Bajes Kwartier.

Daar krijgen we van ontwikkelaar AM een presentatie over het aanbestedingsproces, ontwerp, duurzaamheid en circulariteit. Ook wordt ingegaan op de marktvisie en -inzichten gedurende de verschillende ontwikkelfases. Daarna volgt de rondleiding door het Bajeskwartier, waarna we afsluiten met een borrel in de Bajes Lounge.

Het programma start om 14.45 uur en sluit af met een borrel om 17.15 uur.

U kunt zich voor de studiemiddag aanmelden met het inschrijfformulier. Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus schrijf je snel in.

Voor VOGON-leden is de studiemiddag gratis en voor niet-leden zijn de kosten 150,00 euro exclusief btw. Introducés kunnen eenmalig met 50% korting deelnemen.

Voor meer informatie kunt u via info@vogon.nl contact opnemen met de organisatie van het projectbezoek.

VOGON en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) organiseerden op 17 september 2025 een webinar over de nieuwe prijsindices voor commercieel vastgoed. Na de financiële crisis van 2008 is er in Europa hard gewerkt aan manieren om financiële risico’s sneller te signaleren en nieuwe crises te voorkomen. Daarbij speelt de ontwikkeling van vastgoedprijzen een belangrijke rol.

Onder aanvoering van DNB hebben het CBS en het Kadaster nieuwe prijsindices gemaakt voor commercieel vastgoed. Deze statistieken – voor onder meer kantoren, bedrijfsruimte, winkels en (huur)woningen – worden nu als bèta-product gepubliceerd. Binnenkort worden ze officieel.

In het webinar bespraken drie experts het nut en de toepasbaarheid van deze indices. En legden in grote lijnen uit hoe de indices worden samengesteld. Francesco Caloia werkt bij DNB op de afdeling Macroprudentieel Beleid. Hij is verantwoordelijk voor het inventariseren en beperken van risico’s, in het bijzonder in de vastgoedsector. Hij legt uit welke rol de indices spelen in de financiële stabiliteit van Nederland. Farley Ishaak van het CBS vertelt hoe de indices tot stand komen. En wat de uitkomsten zijn. Hij promoveerde onlangs op dit onderwerp aan de TU Delft. Madeline Buijs is hoofdeconoom en hoofd Research bij de internationale vastgoedadviseur Colliers. Zij gaat in op de praktische betekenis van deze indices voor partijen in de vastgoedsector.

Francesco Caloia, DNB

Conjuncturele cyclus duiden

“Een prijsindex is onmisbaar om de conjunctuur in de vastgoedmarkt te duiden”, stelt Francesco Caloia. Het analyseren van de positie van de vastgoedmarkt binnen de economische cyclus is essentieel voor DNB. De bank is verantwoordelijk voor zogeheten macroprudentiële buffers, die in goede tijden worden opgebouwd en in slechtere tijden juist worden afgebouwd. “Zonder actuele data over vastgoedprijzen is het onmogelijk om tijdig in te grijpen”, zegt hij.

Naast cyclische analyse speelt risicobeoordeling een grote rol. Commercieel vastgoed fungeert vaak als onderpand voor leningen. Overwaardering of waardedaling heeft direct invloed op de stabiliteit van financiële instellingen. “Prijsindices helpen ons bij het monitoren van onderpandrisico’s en het tijdig signaleren van overwaardering”, legt Caloia uit.

Strikte eisen

Een goede prijsindex voldoet aan strikte eisen: representatieve, volledige data, regelmatige updates, lange tijdreeksen en differentiatie naar vastgoedsegmenten. Caloia prijst het CBS voor de aanpak. “Hun gebruik van administratieve gegevens uit het Kadaster is wat betreft datakwaliteit een gouden standaard”, aldus de econoom.

De samenwerking tussen DNB en CBS begon in 2016, na aanbevelingen van het Europese Comité voor Systeemrisico’s (ESRB) en richtlijnen van Eurostat. Dit leidde in 2020 tot een eerste bètaversie van de index. Inmiddels maakt DNB er structureel gebruik van binnen haar risicoraamwerk. “Deze index heeft ons geholpen bij het analyseren van cruciale fases zoals de coronacrisis en de renteverhogingen”, zegt Caloia.

Tot slot wijst hij op het belang van verdere ontwikkeling. De huidige index biedt een solide basis, maar ook de huurmarkt verdient volgens hem betere monitoring. “Vooruitkijkend is het essentieel om naast prijsindices ook huurprijzen systematisch in kaart te brengen”, zegt hij.

Farley Ishaak, CBS

Grillige uitkomsten

“De meeste methoden zijn bedacht voor koopwoningen. Die zomaar toepassen op commercieel vastgoed levert ronduit grillige uitkomsten op.” Met die woorden onderstreept Farley Ishaak, onderzoeker bij het CBS en recent gepromoveerd aan de TU Delft, de noodzaak van een nieuwe aanpak voor het meten van prijsontwikkelingen in commercieel vastgoed. Tijdens het webinar lichtte hij toe hoe het CBS de afgelopen jaren werkte aan een robuuste, internationaal inzetbare methode.

Commercieel vastgoed wordt aanzienlijk minder vaak verhandeld dan koopwoningen. Daardoor ontstaan uitdagingen bij het opstellen van betrouwbare prijsindices. “In een slecht jaar als 2013 waren er bijna geen transacties van commercieel vastgoed. Als je dan conventionele modellen loslaat, krijg je enorme uitschieters die weinig zeggen over de werkelijke marktontwikkeling.” Ishaak toont voorbeelden van indexgrafieken met sterke schommelingen en benadrukt hoe belangrijk het is om die te corrigeren.

Trendlijn is te simpel

De oplossing lag niet in het simpel trekken van een trendlijn. “Een trendlijn lijkt overzicht te bieden, maar voldoet statistisch niet. Elke toevoeging van een nieuw kwartaal verandert de hele lijn en dat wil je juist vermijden.” Daarom ontwikkelde het CBS een geheel nieuwe methode: de HMTS, een combinatie van vier gevalideerde statistische technieken die achtereenvolgens worden toegepast. De afkorting staat voor Hedonic imputation, Multilateral imputation, Time series re-estimation en Splicing.

Deze HMTS-methode levert volgens Ishaak niet alleen een stabieler beeld op van prijsontwikkelingen, maar maakt het ook mogelijk om kwaliteitscorrecties toe te passen en beter om te gaan met beperkte datasets. “We hebben alle stappen geoptimaliseerd op basis van de wensen uit de sector en de eisen voor officiële statistiek. Daardoor krijgen we nu een index die de werkelijke trends beter volgt.”

Internationaal toepasbaar

De methode is bovendien toepasbaar buiten Nederland. “We hebben het algoritme als open source R-package beschikbaar gesteld. Daarmee verlagen we de drempel voor internationale collega’s om hiermee aan de slag te gaan. En dat gebeurt inmiddels ook.” Binnen Europa groeit de belangstelling: de methode sluit aan bij aankomende regelgeving en is afgestemd met andere statistiekbureaus.

Het CBS werkt aan de officiële publicatie van de nieuwe prijsindices, die nu nog worden uitgebracht als bètaproduct. “We doen dat zorgvuldig, met de nodige kwaliteitscontroles. Maar het doel is duidelijk: een betrouwbare, herkenbare index die recht doet aan de complexiteit van de markt.”

Madeline Buijs, Colliers

Scheid feiten van fictie

“Goede, onafhankelijke data helpen om feiten en fictie van elkaar te scheiden”, stelt Madeline Buijs van Colliers. Volgens haar is het gebrek aan eenduidige cijfers al jarenlang een pijnpunt binnen de vastgoedsector. “Er is wel data, maar die is vaak niet openbaar beschikbaar. Daardoor zie je dat de ene partij zegt dat de markt groeit, terwijl een ander een daling verwacht. Dan weet je als sector eigenlijk niet goed waar je aan toe bent.”

Met de nieuwe prijsindices hoopt Buijs op meer helderheid en consistentie. Zeker ook richting buitenlandse beleggers. “Zij willen weten waar ze instappen. Een uniforme, betrouwbare index kan helpen bij het nemen van investeringsbeslissingen. Toch ziet Buijs ook uitdagingen. “Zo’n index moet herkenbaar zijn voor de markt, anders wordt hij simpelweg niet gebruikt. Als mensen zich er niet in herkennen, duurt het veel langer voordat zo’n index als standaard wordt geaccepteerd.”

Verschillen in locaties

Bovendien wijst ze op het belang van verfijning. Niet elk vastgoed is gelijk, en dat moet terugkomen in de data. “Er is een wereld van verschil tussen prime-locaties zoals de Zuidas en B- of C-locaties. Ook dat soort kwaliteitsverschillen wil je kunnen volgen.” Een andere wens is een index voor de hele sector, vergelijkbaar met de maandelijkse cijfers over de koopwoningmarkt. “Iedereen weet dan waar het over gaat. Het zou de zichtbaarheid en het gebruik enorm vergroten.”

In de dagelijkse praktijk van Colliers wordt er al gewerkt met allerlei soorten vastgoeddata, maar volgens Buijs kan de nieuwe index daar een waardevolle aanvulling op zijn. “We gebruiken het voor publicaties, klantadvies en risicomanagement. Het helpt beleggers betere keuzes te maken en portefeuilles te benchmarken.”

Hoe specifieker, hoe relevanter

Regionale uitsplitsingen zijn daarbij cruciaal. “Klanten willen weten hoe de kantorenmarkt in Amsterdam zich ontwikkelt, of die in Den Haag of Zoetermeer. Hoe specifieker de data, hoe relevanter voor de gebruiker.”

Tot slot onderstreept Buijs dat goede data ook interne strategische keuzes ondersteunt. “Als je ziet dat retail blijft achterlopen, kun je je organisatie daarop aanpassen en bijvoorbeeld meer gaan focussen op woningvastgoed.” De nieuwe CBS-prijsindices bieden volgens Buijs veel potentie, maar het succes valt of staat met gebruik en herkenning in de markt. “Data moet niet alleen kloppen, maar ook aansluiten bij de praktijk. Pas dan gaat het echt werken.”

Wil je het webinar terugkijken?

Dat kan! Het complete webinar is terug te zien via de website van het CBS. Wil je de finesses weten over het samenstellen van de prijsindices? Lees dan het proefschrift waarop Farley Ishaak in april 2025 promoveerde aan de TU Delft.

De nieuwe Wet betaalbare huur lijkt haar doel deels te bereiken: gereguleerde huren worden aantoonbaar lager. Maar de wet kent ook aanzienlijke bijwerkingen, zo blijkt uit de internationale literatuur. De betaalbaarheid gaat ten koste van woningkwaliteit, bouwproductie en het aanbod van huurwoningen. Vooral starters en doorstromers dreigen tussen wal en schip te vallen.

In het artikel Huurprijsregulering in de particuliere huursector – wat zegt de literatuur? schetst Marietta Haffner in het blad Real Estate Research Quarterly een breed overzicht van internationaal onderzoek naar de effecten van huurprijsregulering. De aanleiding is de invoering van de Wet betaalbare huur per juli 2024. De eerste signalen uit de markt zijn gemengd: beleggers trekken zich terug, het aanbod daalt en de huren stijgen door – vooral in het vrije segment. Tegelijkertijd blijkt uit de meest uitgebreide meta-analyse tot nu toe dat gereguleerde huren gemiddeld zo’n tien procent lager liggen dan zonder regulering.

De literatuur laat zien dat de woningmarkt allerminst een perfect werkende markt is. Marktverstoringen zoals monopoliegedrag van verhuurders, informatieasymmetrie en het fundamentele recht op een woning maken overheidsingrijpen verdedigbaar. De tweede generatie huurprijsregulering – waarbij niet wordt bevroren, maar gematigd verhoogd – kan in zo’n context tot betere maatschappelijke uitkomsten leiden dan geen regulering.

Bijwerkingen van beleid

Toch is er een keerzijde. Huurprijsregulering verlaagt de mobiliteit van huurders en stimuleert goedkoop scheefwonen. Ook verlaagt het de waarde van huurwoningen, met als gevolg dat verhuurders minder investeren in onderhoud of besluiten te verkopen. Dit leidt tot een daling in het aantal huurwoningen en een verslechtering van de woningkwaliteit. Ondertussen wijken woningzoekenden uit naar het vrije segment, waar de huren juist stijgen.

Het overzicht van 112 empirische studies (1967-2023) van de Duitse econoom Kirill Kholodilin laat een breed scala aan effecten zien. Naast de directe impact op huurprijzen, zijn er gevolgen voor mobiliteit, woningproductie, woningkwaliteit, eigendomsverhoudingen en zelfs demografische keuzes. De context waarin regulering wordt ingevoerd blijkt cruciaal voor de uitkomsten: nationaal beleid, lokale marktwerking en aanvullende regelgeving bepalen mede of regulering effectief én houdbaar is.

Nederlandse verhuurders onder druk

De Nederlandse situatie weerspiegelt deze dynamiek. Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur is het aantal particuliere huurwoningen gedaald, mede door verkoop door kleine verhuurders. Dit raakt vooral mensen die net buiten de sociale sector vallen en geen koopwoning kunnen financieren. Op korte termijn profiteerden koopstarters van het extra aanbod, maar inmiddels signaleren partijen als Pararius een krimp van het aanbod op de particuliere huurmarkt.

Haffner wijst op het belang van betrouwbaar langetermijnbeleid. Voor investeerders kan voorspelbare regulering juist aantrekkelijk zijn, als deze een robuuste businesscase mogelijk maakt. Voor huurders kan een goed ontworpen systeem stabiliteit bieden, mits de kwaliteit en het aanbod op peil blijven. De sleutel ligt volgens de auteur in het vinden van een evenwicht tussen maatschappelijke baten en kosten – en tussen de belangen van huurders en verhuurders.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteur
Dr. Marietta Haffner is een Nederlandse econoom en assistant professor aan de Technische Universiteit Delft, gespecialiseerd in de economische en financiële aspecten van huisvesting, met bijzondere aandacht voor woningmarkten, huren, betaalbaarheid en beleid.

Over RERQ
Real Estate Research Quarterly is het online kwartaalblad van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON). Alle artikelen uit RERQ worden aan het einde van het jaar samengevoegd tot een jaarbundel die leden krijgen toegezonden.

Portfoliomanager Dewi Anakram van de ontwikkelende woningbelegger Amvest is winnaar van de VOGON Research Award 2025. Hij won met het artikel “Split incentives, energielabels en woninghuren”, geschreven met coauteurs Martijn Dröes en Arthur Marquard. De winnaar werd bekend gemaakt tijdens het VOGON-symposium op 10 april 2025.

In het artikel beschrijft Anakram hoe energiezuinige huurwoningen in de vrije sector een hogere huurprijs realiseren dan minder duurzame woningen. Het huurprijsverschil varieert van +3,5% voor een A-label tot +12% voor een A++++-label. Onzuinige energielabels kennen daarentegen een discount: -2,7% voor een C-label tot -12,3% voor een E-label. Uit het onderzoek blijkt verder dat het verduurzamen van een woning een indicatief investeringsbudget tussen 39.000 en 48.000 euro kan rechtvaardigen bij een sprong van een E- naar een A-label. Dit sluit aan bij eerdere studies naar koopwoningen, waar soortgelijke waardestijgingen zijn waargenomen. Anakram schreef zijn artikel op basis van zijn masterscriptie voor de MSRE-opleiding aan de Amsterdam School of Real estate (ASRE).

De jury van de VOGON Research Award selecteerde het winnende artikel uit de jaarbundel 2024 van Real Estate Research Quarterly. De overige genomineerde artikelen waren “De invloed van de middenhuurregeling op de potentiële huur en marktwaarde” van Maarten van ’t Hek en Marc Francke en “Prijseffecten overstromingsrisico’s op de Nederlandse woningmarkt” van Lianne Hans. Vorig jaar ging de prijs naar Simon Verstraten voor zijn artikel over de bouwkostenontwikkeling in de RERQ-jaargang 2023.

Download hier het winnende artikel, lees de scriptie of beluister de aflevering van de podcast Het Vastgoedinstituut waarin Dewi Anakram vertelt over de uitkomsten van zijn onderzoek.  

VOGON Research Award

De VOGON Research Award is een stimuleringsprijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan de best beoordeelde vastgoedpublicaties in Real Estate Research Quarterly. De winnaar ontvangt een oorkonde en een geldbedrag. De award wordt toegekend door een jury van Nederlandse vastgoeddeskundigen die artikelen beoordelen die zijn verschenen in het voorgaande jaar.

Criteria

Bij de selectie van de beste artikelen worden de volgende vier criteria gehanteerd: relevantie en bruikbaarheid voor de Nederlandse vastgoedmarkt, vernieuwend dan wel origineel qua aanpak, thematiek of invalshoek, gebaseerd op eigen onderzoek, op secundaire analyse dan wel een kritische reflectie en een hoge mate van consistentie en toegankelijkheid.

Jury

De jury bestaat uit Hans Vrensen (voorzitter, AEW), Maarten Jennen (PGGM), Dick Vos (VMC Invest) en Aart Hordijk.

Juryvoorzitter Hans Vrensen draagt voor uit het juryrapport.

Onderzoeker Lianne Hans van het Kadaster ontvangt een oorkonde en bloemen voor de nominatie van haar artikel voor de VOGON Research Award 2025.

Marc Francke (rechts) ontvangt een oorkonde voor de nominatie van zijn artikel. Symposiumvoorzitter Jannes van Loon reikt de bloemen aan.

Energiezuinige huurwoningen in de vrije sector realiseren een hogere huurprijs dan minder duurzame woningen. De huurprijsstijging varieert van +3,5% voor een A-label tot +12% voor een A++++-label. Onzuinige energielabels kennen daarentegen een korting: -2,7% voor een C-label tot -12,3% voor een E-label. Sinds de energiecrisis van 2022 zijn de premies voor energiezuinige woningen toegenomen, vooral bij meergezinswoningen.

Deze conclusies trekken vastgoedonderzoekers Dewi Anakram, Martijn Dröes en Arthur Marquard in hun artikel ‘Split incentives, energielabels en woninghuren’ in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerendgoed Onderzoekers Nederland (VOGON).

Het onderzoek richt zich op huurtransacties in de vrije sector, omdat daar geen directe koppeling is tussen energielabel en huurprijs, zoals bij gereguleerde huurwoningen. De dataset omvat 105.573 huurtransacties tussen 2016 en 2023, afkomstig van zeven institutionele beleggers. Met een hedonisch prijsmodel is onderzocht hoe het energielabel de huurprijs beïnvloedt, waarbij is gecorrigeerd voor locatie, woningtype en andere kenmerken.

Grote plus, kleinere min

Sinds de energiecrisis van 2022 is de waarde van energiezuinige woningen verder gestegen, terwijl de kortingen op onzuinige woningen juist minder groot zijn geworden. Dit is een opvallende ontwikkeling, omdat werd verwacht dat de energiecrisis het belang van duurzaamheid verder zou versterken in zowel positieve als negatieve zin. Toch blijkt dat vooral de premies voor energiezuinige labels A+ en hoger zijn toegenomen, wat erop wijst dat beleggers en huurders meer waarde hechten aan energie-efficiëntie.

Uit het onderzoek blijkt verder dat het verduurzamen van een woning een indicatief investeringsbudget tussen de 39.000 en 48.000 kan rechtvaardigen bij een sprong van een E- naar een A-label. Dit sluit aan bij eerdere studies naar koopwoningen, waar soortgelijke waardestijgingen zijn waargenomen.

Ook indirecte voordelen

Tegelijkertijd tonen praktijkvoorbeelden aan dat de werkelijke verduurzamingskosten vaak hoger liggen dan de gekapitaliseerde huurprijsverschillen. Dit suggereert dat de rendabiliteit van verduurzaming niet alleen afhangt van hogere huurinkomsten, maar ook van indirecte voordelen zoals lagere onderhoudskosten en een hogere vastgoedwaarde.

De uitkomsten bieden beleggers en verhuurders die verduurzaming overwegen inzicht in de opbrengst daarvan. Verduurzaming kan niet alleen bijdragen aan klimaatdoelstellingen, maar ook financieel aantrekkelijk zijn door hogere huren en waardestijgingen. Wel blijkt dat gerealiseerde verduurzamingskosten vaak hoger liggen dan de gekapitaliseerde huurprijsverschillen. Dit suggereert dat naast directe huurstijgingen ook indirecte factoren zoals lagere onderhoudskosten en waardevermeerdering een rol spelen bij de businesscase voor verduurzaming.

Lees hier het complete artikel. Dit artikel is gebaseerd op de afstudeerscriptie van Dewi Anakram voor de MSRE-opleiding aan de Amsterdam School of Real Estate.

Over de auteurs

Dewi Anakram Msc MSRE is assetmanager bij Amvest, een investment manager en ontwikkelaar van woningen en woongebieden in Nederland. Dr. Martijn Dröes is universitair hoofddocent in Real Estate Finance aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Drs. Arthur Marquard is programmamanager van de Master of Science in Real Estate (MSRE) aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE).

De Nederlandse woningmarkt is de afgelopen jaren volop in beweging geweest. De stijgende huurprijzen, het tekort aan betaalbare huurwoningen en de toenemende druk op de schaarse woonruimte hebben geleid tot ingrijpende overheidsmaatregelen. Met de Wet Betaalbare Huur beoogt de overheid betaalbaarheid te waarborgen in het gereguleerde huursegment en excessieve prijsstijgingen in de middenhuur af te remmen. Maar welke effecten heeft strengere regulering daadwerkelijk op de woningmarkt? En worden de gewenste resultaten ook behaald?

Tijdens deze studiemiddag op 28 november bij Bouwinvest aan de La Guardiaweg 4 in Amsterdam onderzoeken we de economische impact van huurregulering. Wat is de invloed op vraag en aanbod van huurwoningen? Wat zijn de gevolgen voor rendement en waardevermeerdering binnen de vastgoedmarkt? En hoe verhoudt het Nederlandse huurbeleid zich tot internationale voorbeelden en trends?

We nodigen u van harte uit om samen met ons deze belangrijke thema’s te verkennen, vragen te stellen en in discussie te gaan over de toekomst van de Nederlandse woningmarkt.

Programma:
• 14:45 – 15:00 uur: Inloop studiemiddag
• 15:00 – 15:20 uur: Introductiespreker Bouwinvest
• 15:20 – 16:00 uur: Matthijs Korevaar – Economische werking huurregulering
• 16:00 – 16:40 uur: Marietta Haffner – Huurregulering in internationaal perspectief
• 16:40 – 17:00 uur: Discussie
• 17:00 uur: Borrel

Sprekers:

Matthijs Korevaar is woningmarkteconoom en universitair docent aan de Erasmus Universiteit. Matthijs Korevaar presenteert op de studiemiddag zijn analyse over de economische gevolgen van huurregulering voor de vastgoedsector.  In zijn presentatie combineert hij de bevindingen van bestaand onderzoek naar huurregulering elders met nieuwe data over huren en rendementen in de Nederlandse private huurmarkt. Welke impact hebben deze maatregelen op prijsontwikkelingen, rendementen en het investeringsgedrag van spelers in de sector?

Econoom Marietta Haffner (TU Delft) put uit haar kennis van woonbeleid en woningmarkten in Europa en gaat in op de veranderende rol van de particuliere huur op de woningmarkt en de betaalbaarheid. Zij brengt kennis mee over verschillende generaties van huurregulering vanuit internationaal perspectief en de effecten van huurregulering op de woningmarkt. Marietta neemt het publiek ook mee in voorbeelden van huidig intensievere regulering, bijvoorbeeld de plannen van Berlijn die de gang naar de rechter niet overleefden.

Algemene informatie:

Kosten: Gratis voor VOGON-leden, niet-leden betalen €150 exclusief btw (hierbij is het lidmaatschap voor het volgende jaar inbegrepen). Introducés krijgen éénmalig 50% korting.
Inschrijving: Gebruik het inschrijfformulier om u op te geven voor deze studiemiddag.
Locatie: Bouwinvest, La Guardiaweg 4 in Amsterdam  https://www.bouwinvest.nl/over-ons/contact/
Bereikbaarheid: Bouwinvest is makkelijk te bereiken met het OV (treinstation Amsterdam Sloterdijk). Direct bij het gebouw zijn beperkte parkeerplaatsen beschikbaar. Betaald parkeren kan op 50m afstand bij Parkeergarage ParkBee Park Inn by Radisson Amsterdam City West.

Het bestuur en de activiteitencommissie van de VOGON zien uit naar jullie deelname aan deze boeiende middag.

Meld je hier aan

De Eerste Kamer heeft eind juni 2024 de Wet betaalbare huur aangenomen. De daarin opgenomen middenhuurregulering verlaagt de gemiddelde opbrengst van middeldure huurwoningen met 2400 euro, ofwel 200 euro per maand. Fijn voor huurders, maar het vergroot de kans dat beleggers hun woningen in dit segment verkopen, waardoor het aanbod van huurwoningen daalt.

Dat constateren Maarten van ‘t Hek en prof. dr. Marc Francke in hun artikel ‘De invloed van de middenhuurregeling op de potentiële huur en marktwaarde’ in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerendgoedonderzoekers Nederland.

Afname voorraad betaalbare huurwoningen

De middenhuurregulering zorgt voor 420.000 extra betaalbare huurwoningen voor middeninkomens. De vrije huursector daalt daardoor van 700.000 naar 280.000 woningen. De keerzijde daarvan is dat de marktwaarde van middenhuurwoningen daalt door gemiddeld 2400 euro lagere huuropbrengsten per jaar. De waarde bij exploitatie (blijven verhuren) daalt met 15,4% en de waarde bij uitponden (verkopen op de markt voor eigenaarbewoners bij vertrek van de zittende huurder) met 0,3%. Het gat tussen beide waarden wordt hierdoor groter. Dit vergroot de kans op verkoop met als gevolg een afname van de voorraad middenhuurwoningen.

Naast de middenhuurregeling heeft de overheid ook maatregelen aangekondigd die de belastingdruk voor particuliere verhuurders doen toenemen. Daarnaast is de rente de afgelopen tijd toegenomen waardoor herfinanciering van hypotheken duurder wordt en het rendement op andere beleggingen toeneemt. Deze combinatie van effecten leidt ertoe dat de mogelijkheid bestaat dat vrijkomende huurwoningen niet opnieuw worden verhuurd, maar worden verkocht – de middenhuurvoorraad neemt dan af terwijl het doel van de minister is om deze voorraad te laten groeien.

Druk op vrije huursector

Ook kan de middenhuurregeling in combinatie met de andere omstandigheden er volgens de onderzoekers toe leiden dat er meer druk ontstaat op een vrije huursector die kleiner is, waardoor huurprijzen kunnen oplopen. Ook wordt er mogelijk minder geïnvesteerd in middenhuurwoningen doordat het rendement te laag is. De regulering kan leiden tot nieuwe vormen van (dure en goedkope) scheefhuur doordat mensen langer blijven wonen in hun (schaarse) woning. Dit kan ook leiden tot een verlaging van de arbeidsmobiliteit doordat mensen niet in de buurt van hun werk kunnen wonen.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs

Maarten van ’t Hek is senior consultant bij Ortec Finance in Rotterdam. Prof. dr. Marc Francke is hoogleraar Real Estate Analytics aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd Vastgoedonderzoek bij Ortec Finance in Rotterdam.

De eerste interactieve workshop Wetenschap4Corporaties werd op 30 januari 2024 gehouden aan de Technische Universiteit Eindhoven. Deelnemers in de organisatie waren de TUE-afdeling Built Environment, de Eindhovense woningcorporatie Woonbedrijf en nog 20 kennisinstellingen en woningcorporaties. Het thema was “De menselijke kant van energietransitie”. De workshop werd ondersteund door het onderzoeksprogramma BEL.

Het succes van energietransitie in sociale huur hangt af van het gedrag van bewoners en hun bereidheid om duurzame technieken te omarmen. In interactieve sessies werd inzicht gegeven in het gedrag van huurders. Ook werd gekeken naar praktische oplossingen en innovaties die corporaties en universiteiten samen hebben ontwikkeld. Er werd antwoord gegeven op vragen als:

  • Hoe kan virtual reality draagvlak voor renovatie versterken?
  • Hoe ontstaat niet-duurzaam gedrag in gerenoveerde woningen?
  • Wat vertelt een miljoen microdata over de effecten van energietransitie voor bewoners?

Sprekers waren onder anderen Theo Arentze, Djoera Eerland, Maarten Hornikx, Lise Jans, Clarine van Oel, Ioulia Ossokina, Marleen Spiekman, Arianne van der Wal. De onderzoeken die ze presenteerden staan beschreven in de RERQ-thema-editie Energietransitie, onderdeel van het VOGON-jaarboek 2023.

© Copyright 2022 Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland. Alle rechten voorbehouden. Privacy Verklaring