Tag Archief van: koopwoningen

De periode tussen het tekenen van de koopovereenkomst en de eigendomsoverdracht heeft meer invloed op woningprijzen dan tot nu toe werd aangenomen. Onderzoek laat zien dat een langere overdrachtsperiode samenhangt met een hogere verkoopprijs, terwijl de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting in 2011 huishoudens ertoe aanzette woningen sneller over te dragen.

In het artikel ‘Overdrachtsbelasting, looptijd eigendomsoverdracht en woningprijzen’, verschenen in de kwartaaluitgave Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON), laten Martijn Dröes en Marc Francke zien dat de overdrachtsperiode een onderschat onderdeel is van het woningtransactieproces. Waar onderzoek zich traditioneel richt op de verkoopduur, blijkt juist de periode tussen koopovereenkomst en notariële overdracht een zelfstandige invloed te hebben op de uiteindelijke verkoopprijs.

De onderzoekers analyseerden ruim 115.000 woningtransacties uit de periode 2006 tot en met 2016. Daarbij maakten ze gebruik van gegevens van het Kadaster en de NVM om te onderzoeken hoe huishoudens reageerden op de verlaging van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent per 1 juli 2011. Die beleidswijziging bood een unieke mogelijkheid om het effect van de overdrachtsperiode op transacties en prijzen afzonderlijk te analyseren.

De resultaten laten zien dat huishoudens in het eerste halfjaar na de belastingverlaging gemiddeld 5,5 procent sneller overgingen tot de eigendomsoverdracht. Dat effect bleek echter tijdelijk. Toen duidelijk werd dat de maatregel waarschijnlijk permanent zou worden, nam de overdrachtsperiode juist weer iets toe. Volgens de onderzoekers wijst dit op een sterke gedragsreactie van kopers en verkopers op beleidswijzigingen.

Compensatie voor langere overdracht

Naast het gedragseffect blijkt ook dat een langere overdrachtsperiode financieel wordt verrekend in de verkoopprijs. Afhankelijk van de gebruikte analysemethode stijgt de woningprijs met ongeveer 40 tot 62 euro voor iedere extra dag tussen koopovereenkomst en eigendomsoverdracht. Dat suggereert dat verkopers compensatie vragen voor de kosten en risico’s die samenhangen met een latere overdracht, zoals de tijdswaarde van geld en eventuele dubbele woonlasten.

De studie laat bovendien zien dat een deel van het effect van de verlaging van de overdrachtsbelasting niet in hogere woningprijzen terechtkwam, maar in een kortere overdrachtsperiode. Daarmee stimuleerde de maatregel tijdelijk vooral de doorstroming op de woningmarkt. Volgens de auteurs onderstreept dit dat beleidsmakers niet alleen naar prijsontwikkelingen moeten kijken, maar ook naar de invloed van fiscale maatregelen op het verloop van het transactieproces.

Belang voor beleid

De auteurs concluderen dat de overdrachtsperiode nadrukkelijk een plaats verdient in onderzoek naar woningprijzen en woningmarktbeleid. Zij adviseren om de effecten van fiscale maatregelen zoals de overdrachtsbelasting breder te evalueren, omdat deze niet alleen invloed hebben op prijzen, maar ook op de snelheid waarmee transacties worden afgerond. Verder onderzoek naar de langetermijneffecten en de gevolgen voor verschillende groepen kopers kan volgens hen bijdragen aan effectiever woningmarktbeleid.

Lees hier het complete artikel

Over de auteurs

Dr. Martijn Dröes is Universitair hoofddocent Real Estate Finance aan de Universiteit van Amsterdam en docent aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE).

Prof. dr. Marc Francke is hoogleraar Real Estate Analytics aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd van R&D Labs bij Ortec Finance.

De Nederlandse leennormen voor hypotheken bieden huishoudens bescherming tegen financiële tegenvallers, maar hebben tegelijkertijd invloed op de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt. Vooral tweeverdieners profiteerden de afgelopen jaren van ruimere normen, waardoor hun kansen op een koopwoning zichtbaar zijn verbeterd. Tegelijkertijd blijkt dat strengere of ruimere leennormen geen eenvoudige oplossing vormen voor de structurele betaalbaarheidsproblemen op de woningmarkt.

Dat concluderen Derck Stäbler, Rosa van der Drift, Adam Kuczynski, Michiel Bijlsma, Nils Verheuvel en Wouter Elsenburg in het artikel ‘De LTI-norm beschermt huishoudens en beïnvloedt de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt’, verschenen in Real Estate Research Quarterly, het kwartaalblad van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON).

De onderzoekers laten zien dat de Nederlandse loan-to-income-norm (LTI) de afgelopen jaren beleidsmatig nauwelijks is aangepast. Veranderingen in maximale leenruimte waren daardoor vooral het gevolg van inkomensgroei en de ontwikkeling van de hypotheekrente. Wel werd tussen 2015 en 2023 het tweede inkomen van tweeverdieners stapsgewijs volledig meegeteld bij de hypotheekberekening. Die beleidswijziging heeft volgens de onderzoekers geleid tot een betere positie van tweeverdieners op de koopwoningmarkt.

Uit de analyse blijkt dat huishoudens kleine inkomensschokken doorgaans kunnen opvangen dankzij de huidige leennormen. Bij grotere inkomensdalingen ontstaat echter snel financiële druk. Vooral de combinatie van woonlasten en dagelijkse consumptieve uitgaven zorgt ervoor dat huishoudens bij forse inkomensverliezen moeite krijgen om rond te komen. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat grote inkomensschokken relatief weinig voorkomen en vaak samenhangen met ingrijpende levensgebeurtenissen zoals scheidingen.

Meer kansen voor tweeverdieners

De verruiming van de leencapaciteit voor tweeverdieners had volgens het onderzoek aantoonbare gevolgen voor hun positie op de woningmarkt. De kans dat tweeverdieners een woning konden kopen, steeg met bijna vier procentpunt vergeleken met eenverdieners. Extra leenruimte werd bovendien niet alleen gebruikt om hogere biedingen uit te brengen, maar leidde ook tot de aankoop van grotere woningen.

Volgens de onderzoekers kochten tweeverdieners gemiddeld woningen met een hogere WOZ-waarde en meer woonoppervlak, zonder dat ze daarbij uitweken naar goedkopere buurten. Daarmee lijkt de verruiming van de leennormen daadwerkelijk te hebben geleid tot meer keuzevrijheid en betere woningkwaliteit voor deze groep.

Tegelijkertijd constateren de auteurs dat de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt in bredere zin is afgenomen. Sinds ongeveer 2016 kunnen huishoudens met een modaal inkomen geen woning meer kopen rond de mediane koopprijs. De stijgende huizenprijzen zijn sneller opgelopen dan de maximale leenruimte.

Geen duidelijke reden voor aanpassing

De onderzoekers zien op basis van hun analyse geen directe aanleiding om de huidige leennormen fundamenteel aan te passen. Strengere normen zouden huishoudens vooral beschermen tegen situaties die relatief weinig voorkomen, terwijl ruimere normen juist kunnen leiden tot grotere financiële kwetsbaarheid bij huishoudens met beperkte buffers.

Daarnaast wijzen de auteurs erop dat de effecten van wijzigingen in de leennormen op financiële stabiliteit en woningmarkttoegankelijkheid moeilijk exact zijn te kwantificeren. Wel maken de resultaten duidelijk dat veranderingen in relatieve leencapaciteit directe invloed hebben op de kansen van verschillende groepen huishoudens op de koopwoningmarkt.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs

Derck Stäbler is onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek, Rosa van der Drift is promovenda woningmarkteconomie aan de TU Delft en dr. Adam Kuczynski is onderzoeker bij het Centraal Planbureau (CPB). Dr. Michiel Bijlsma is hoofd Finance Regulering en Governance, Nils Verheuvel is senior onderzoeker en Wouter Elsenburg is senior econoom – alle drie bij SEO Economisch Onderzoek.

De differentiatie van de overdrachtsbelasting heeft duidelijk effect gehad: starters kopen meer woningen en betalen relatief lagere prijzen. Daarmee is het beoogde doel van het beleid – een betere concurrentiepositie van starters tegenover beleggers – in belangrijke mate bereikt.

Dat blijkt uit onderzoek van Derck Stäbler, Nils Verheuvel, Adam Kuczynski en Lianne Hans, die met een verschil-in-verschillenanalyse laten zien dat juist in gebieden met veel concurrentie tussen starters en beleggers de effecten het sterkst zijn. Starters wisten daar hun positie zichtbaar te verbeteren, terwijl beleggers terrein verloren.

In hun artikel ‘Starters kochten meer woningen door differentiatie overdrachtsbelasting’ in Real Estate Research Quarterly van VOGON staat deze beleidsmaatregel centraal. Sinds 2021 betalen starters geen overdrachtsbelasting meer, terwijl beleggers juist een fors hoger tarief zijn gaan betalen. Deze wijziging volgde op een periode waarin starters steeds moeilijker konden concurreren door stijgende huizenprijzen en lage rentes.

De onderzoekers laten zien dat deze fiscale ingreep daadwerkelijk heeft geleid tot een verschuiving op de woningmarkt. In wijken waar starters eerder sterk moesten concurreren met beleggers, ligt het aantal aankopen door starters ruim hoger dan in vergelijkbare wijken met minder concurrentie. Tegelijkertijd is het aantal aankopen door beleggers weliswaar gedaald, maar niet significant sterker in deze specifieke gebieden.

Effect zichtbaar op prijs en gedrag

Naast het aantal transacties heeft de maatregel ook invloed gehad op de prijsontwikkeling. In wijken met veel concurrentie zijn de woningprijzen voor starters minder hard gestegen dan elders. Dit wijst erop dat de maatregel niet alleen de toegang tot de markt heeft verbeterd, maar ook de prijsdruk voor deze groep heeft verminderd.

Voor doorstromers blijft het beeld stabiel. Zij ondervinden nauwelijks directe effecten van de beleidswijziging, wat logisch is, aangezien hun belastingtarief ongewijzigd bleef. Wel laat het onderzoek zien dat hun relatieve positie tegenover andere kopersgroepen nauwelijks is veranderd.

De studie maakt gebruik van gedetailleerde data van het Kadaster en CBS Microdata en vergelijkt ontwikkelingen tussen wijken met verschillende niveaus van concurrentie. Daarmee wordt inzichtelijk waar en in welke mate het beleid effect sorteert, zonder dat een landelijke controlegroep beschikbaar is.

Gerichte beleidsimpact

De resultaten onderstrepen dat fiscale differentiatie een effectief instrument kan zijn om specifieke groepen op de woningmarkt te ondersteunen. Tegelijkertijd blijft onduidelijk in hoeverre het lagere prijsniveau voor starters het gevolg is van verbeterde concurrentie of van een verschuiving naar goedkopere woningen binnen de gestelde prijsgrenzen.

De auteurs concluderen dat de differentiatie van de overdrachtsbelasting een relevante bijdrage levert aan het verbeteren van de positie van starters, maar dat deze maatregel moet worden gezien als onderdeel van een breder pakket aan woningmarktbeleid.

Lees hier het volledige artikel.

Over de auteurs

Derck Stäbler is senior onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek, Nils Verheuvel is er senior onderzoeker, dr. Adam Kuczynski is onderzoeker bij het Centraal Planbureau (CPB) en Lianne Hans is onderzoeker bij het Kadaster.

Op donderdagmiddag 20 november biedt de VOGON geïnteresseerden de mogelijkheid om op excursie te gaan naar de Bijlmerbajes in Amsterdam. Op het terrein van de Bijlmerbajes komt een nieuwe stadswijk met 1350 woningen en 20.000 m² aan voorzieningen. De VOGON is uitgenodigd om langs te komen bij de Bajes Lounge, het informatiecentrum over Bajes Kwartier.

Daar krijgen we van ontwikkelaar AM een presentatie over het aanbestedingsproces, ontwerp, duurzaamheid en circulariteit. Ook wordt ingegaan op de marktvisie en -inzichten gedurende de verschillende ontwikkelfases. Daarna volgt de rondleiding door het Bajeskwartier, waarna we afsluiten met een borrel in de Bajes Lounge.

Het programma start om 14.45 uur en sluit af met een borrel om 17.15 uur.

U kunt zich voor de studiemiddag aanmelden met het inschrijfformulier. Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus schrijf je snel in.

Voor VOGON-leden is de studiemiddag gratis en voor niet-leden zijn de kosten 150,00 euro exclusief btw. Introducés kunnen eenmalig met 50% korting deelnemen.

Voor meer informatie kunt u via info@vogon.nl contact opnemen met de organisatie van het projectbezoek.

Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) vormen een lastig te nemen horde in het bestrijden van energiearmoede. Als binnen zo’n vereniging een woningcorporatie en particuliere eigenaren samen moeten besluiten, belemmert dit investeringen in grootschalige verduurzaming. Om de energietransitie te stimuleren is gericht overheidsbeleid en ondersteuning voor VvE’s nodig.

Dat schrijven Anisha Jagernath en Sara Özogul in het artikel ‘The sale of social housing, energy affordability and investments within homeowners’ associations’ in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerendgoedonderzoekers Nederland (VOGON).

Sociaal en particulier onder één dak

Het uitponden van sociale huurwoningen heeft geleid tot gemengde complexen waarin sociale huurders en particuliere eigenaren onder één dak wonen. Een vereniging van eigenaren is in zo’n geval verantwoordelijk voor gezamenlijke investeringen, in bijvoorbeeld isolatie en andere duurzaamheidsmaatregelen.

Noodzakelijke investeringen voor de energietransitie blijven in veel gevallen uit door stakende stemmen, financiële beperkingen of een gebrek aan kennis over verduurzaming. De energiekosten blijven daardoor hoog, vooral voor bewoners met lagere inkomens en woningen met een slechte energielabel.

Corporatie streeft naar volledige eigendom

Corporaties hebben met het oog hierop hun verkoopbeleid inmiddels aangepast en verkopen nauwelijks nog woningen in gemengde complexen met zogeheten aangebroken bezit. Zij streven opnieuw naar volledige eigendom, om beheer en verduurzaming te vergemakkelijken.

Huiseigenaren die lid zijn van een VvE ervaren meer problemen met energierekeningen dan individuele huiseigenaren. Collectieve verwarmingssystemen vergroten de afhankelijkheid van VvE-besluiten en beperken de keuzevrijheid.

Gefragmenteerde regelgeving vertraagt verduurzaming

Er is behoefte aan betere ondersteuning van VvE’s door de overheid, bijvoorbeeld met gratis duurzaamheidsscans, vereenvoudigde besluitvorming binnen VvE’s en aanvullende financieringsmogelijkheden. De huidige fragmentatie in regelgeving vertraagt verduurzaming in gemengde complexen.

Zeventig procent van de ruwweg 135,000 VvE’s met in totaal 1,4 miljoen woningen in beheer kent een mix van sociale huurders en particuliere eigenaren. Nationaal beleid gericht op verduurzaming binnen deze VvE’s en aanvullende subsidies zou de energietransitie volgens Jagernath en Özogul enorm kunnen versnellen.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs
Anisha Jagernath MSc. is projectmanager gebiedsontwikkeling bij de gemeente Haarlemmermeer. Haar masterthesis, waarop dit artikel is gebaseerd, werd in 2024 bekroond met de Jeroen van der Veer Scriptieprijs. Dr. Sara Özogul is universitair docent Stedelijke Planning aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op de interactie tussen regelgeving in de publieke sector en dynamiek op de woningmarkt, met een bijzondere focus op Nederland en vanuit een internationaal vergelijkend perspectief.

Een nieuwe snelwegtunnel verbindt eind dit jaar de A20 bij Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg. Deze Blankenburgverbinding verlicht het forensenverkeer in Zuidwest-Nederland, maar verhoogt de druk op de regionale woningmarkt. Hierdoor zal de prijs van woningen aan de zuidwestkant van de verbinding stijgen.

Dat constateren onderzoekers Rosa van der Drift, Harry Boumeester en Harry van der Heijden van de TU Delft in hun artikel ‘De Blankenburgverbinding: de gevolgen voor de regionale woningmarkt’ in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerendgoedonderzoekers Nederland (VOGON).

De Delftse onderzoekers beschrijven vooraf de impact van de Blankenburgverbinding op de woningmarkt in de regio. De uitkomsten wijzen erop dat de regio’s ten zuidwesten van de snelwegtunnel aanzienlijk aantrekkelijker worden. Deze woningmarktgebieden profiteren van een verbeterde bereikbaarheid van werkgelegenheid, wat zal leiden tot een toename in de vraag naar woningen en uiteindelijk tot (relatief) stijgende koopprijzen.

Tolheffing tempert vraag

Op de korte termijn wordt de groei van deze vraag enigszins getemperd door tolheffing voor het gebruik van de Blankenburgverbinding, wat de aantrekkelijkheid van woningen bij de verbinding iets vermindert. Op de lange termijn wordt deze tolheffing echter afgeschaft, wat naar verwachting leidt tot een verdere toename van de vraag naar deze woningen en daarmee een verder stijgende koopprijs.

Het gaat om de ruwe, eerste uitkomsten van hun onderzoeksmodel, waarschuwen de onderzoekers. Het gepresenteerde model gaat nog uit van een statische woningmarkt. Zo wordt bijvoorbeeld aangenomen dat het opleidingsniveau van de bevolking niet verandert door de aanleg van de Blankenburgverbinding. Toch is uit de literatuur bekend dat de concentratie van hoogopgeleiden kan veranderen door de aanleg van infrastructuur.

Selectief verhuispatroon

Uit eerder onderzoek blijkt dat de woningmarktgebieden rond de Blankenburgverbinding een selectief verhuispatroon kennen. Gemeenten aan de zuidkant zijn aantrekkelijk voor gezinnen met kinderen en huishoudens met een hoog inkomen, terwijl gemeenten aan de noordkant juist meer alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens zonder kinderen trekken. Het is onzeker of de Blankenburgverbinding deze trend zal versterken of juist een nieuw selectief migratiepatroon veroorzaakt. Bovendien kunnen door de verbeterde bereikbaarheid andere indirecte effecten op de woningmarkt optreden, zoals veranderingen in economische bedrijvigheid in de noordelijke of zuidelijke regio.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs

Rosa van der Drift is promovenda woningmarkteconomie aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Dr. Harry Boumeester is daar onderzoeker en universitair docent Housing Systems. Dr. Harry van der Heijden is er universitair hoofddocent Housing Systems.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Hellevoetsluis, Voorne aan Zee, Rotterdam, Nissewaard en de woningcorporaties Maasdelta Groep, Leeuw van Putten, De Zes Kernen, Woningbouwvereniging Hoek van Holland en Ressort Wonen.

De risico’s van een overstroming in Nederland zijn klein, maar de gevolgen zijn groot. Door klimaatverandering neemt dit risico toe. Uit de verkoopprijs van woningen met een hoger overstromingsrisico blijkt niet dat huizenkopers zich hiervan bewust zijn.

Dit constateert onderzoeker Woningmarkt Lianne Hans van het Kadaster in haar artikel ‘Prijseffecten overstromingsrisico’s op de Nederlandse woningmarkt’ in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerendgoedonderzoekers Nederland.

Zij vroeg zich af of woningeigenaren al rekening houden met de mogelijke gevolgen van overstromingen. Als dat het geval is, zou er een prijseffect zichtbaar moeten zijn. Haar onderzoek toont dat kopers slechts in beperkte mate overstromingsrisico’s meenemen bij het kopen van een nieuwe woning. Woningen met een groot overstromingsrisico zijn niet duidelijk goedkoper dan woningen zonder overstromingsrisico.

In het verleden hadden woningen met een middelgrote of kleine kans op overstroming wel een gemiddeld lagere prijs dan woningen zonder overstromingsrisico. Maar voor deze woningen is er sinds 2016 in de onderzoeksresultaten juist een sterkere prijsstijging zichtbaar dan voor woningen zonder overstromingsrisico. Hierdoor is er de laatste jaren geen duidelijk prijsverschil meer. Door de krapte op de woningmarkt spelen factoren als het overstromingsrisico mogelijk een minder grote rol, stelt onderzoeker Hans.

Omgekeerd effect

Uit het onderzoek blijkt juist een omgekeerd effect wanneer wordt gekeken naar de hoogte van de woningprijs en de afstand tot water. Wonen in de buurt van water wordt juist hoger gewaardeerd. Wordt hiervoor gecorrigeerd, dan lijken kopers wel in beperkte mate overstromingsrisico’s mee te wegen bij de aankoop van een nieuwe woning in de buurt van water.

Die uitkomst is in lijn met resultaten van eerder onderzoek. Het hoge water eind 2023 en de aandacht die media hebben voor de effecten van klimaatverandering maken consumenten bewuster van de risico’s van overstroming. Het toenemende bewustzijn kan in de toekomst leiden tot een andere prijsvorming in risicogebieden, maar ook marktomstandigheden spelen een belangrijke rol. Herhaalonderzoek kan dit aantonen.

Verschillende datasets

Het onderzoek is uitgevoerd met verschillende datasets van het Kadaster en Rijkswaterstaat. De basis is een dataset van alle woningtransacties in de periode 2009 tot en met het eerste halfjaar van 2023 uit de Basisregistratie Kadaster waaraan gegevens over de woningen vanuit de Basisadministratie Gebouwen zijn gekoppeld. Het hoge water eind 2023 valt dus buiten het onderzoek.

Bij appartementen wordt onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en niet-grondgebonden appartementen. Alleen de grondgebonden appartementen zijn meegenomen. Niet-grondgebonden appartementen op hogere verdiepingen lopen minder risico op schade bij een overstroming. De verdiepingshoogte is met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) toegevoegd.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteur

Lianne Hans is onderzoeker Woningmarkt bij het Kadaster.

Energiezuinige woningen worden in de Utrechtse woningmarkt steeds populairder en kopers zijn bereid hiervoor meer te betalen. Dit is vooral merkbaar sinds de energieprijzen zijn gestegen door de oorlog in Oekraïne.

Dat blijkt uit een studie van Lars Mol en Edwin Buitelaar gepubliceerd in het kwartaalblad Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Vastgoedonderzoekers in Nederland (VOGON). De studie “Het huis als bescherming tegen energieprijzen” laat zien dat de marktwaarde van woningen met een groen energielabel harder stijgt dan die van woningen met grijs label.

Door het analyseren van transactiegegevens over een periode van tien jaar hebben Mol en Buitelaar ontdekt dat huizen met een energielabel A, B, of C gemiddeld 8,3% per vierkante meter duurder zijn dan huizen met een lager label. Dit wijst op een toenemende waardering voor energie-efficiëntie op de woningmarkt en laat zien dat investeringen in duurzaamheid financieel aantrekkelijk kunnen zijn.

Hun onderzoeksmethode omvatte een analyse van woningverkopen in Utrecht, gecombineerd met informatie over de energieprijzen per kwartaal. Ze gebruikten een difference-in-difference-analyse om te onderzoeken hoe de waardering voor energiezuinige huizen samenhangt met de energieprijzen. De resultaten tonen een duidelijke link aan tussen hogere energieprijzen en een toegenomen waardering voor energiezuinige woningen.

Deze bevindingen geven inzicht in de huidige markttrends en suggereren dat duurzaamheid in de toekomst een nog belangrijkere rol gaat spelen in de vastgoedontwikkeling. Naarmate energieprijzen stijgen en de aandacht voor het milieu toeneemt, is de verwachting dat de vraag naar energiezuinige woningen alleen maar zal groeien. Dit biedt kansen voor ontwikkelaars en beleidsmakers om te investeren in duurzame oplossingen, wat niet alleen goed is voor het milieu, maar ook financiële voordelen kan opleveren.

Lees hier het complete artikel.

Over de auteurs
Lars Mol is adviseur planeconomie bij Antea Group. Edwin Buitelaar is werkzaam als hoogleraar grond- en vastgoedontwikkeling bij de Universiteit Utrecht en als research associate bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Het artikel van Mol en Buitelaar is opgenomen in het RERQ-jaarboek 2023.

© Copyright 2022 Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland. Alle rechten voorbehouden. Privacy Verklaring