Tag Archief van: portrait

De periode tussen het tekenen van de koopovereenkomst en de eigendomsoverdracht heeft meer invloed op woningprijzen dan tot nu toe werd aangenomen. Onderzoek laat zien dat een langere overdrachtsperiode samenhangt met een hogere verkoopprijs, terwijl de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting in 2011 huishoudens ertoe aanzette woningen sneller over te dragen.

In het artikel ‘Overdrachtsbelasting, looptijd eigendomsoverdracht en woningprijzen’, verschenen in de kwartaaluitgave Real Estate Research Quarterly van de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland (VOGON), laten Martijn Dröes en Marc Francke zien dat de overdrachtsperiode een onderschat onderdeel is van het woningtransactieproces. Waar onderzoek zich traditioneel richt op de verkoopduur, blijkt juist de periode tussen koopovereenkomst en notariële overdracht een zelfstandige invloed te hebben op de uiteindelijke verkoopprijs.

De onderzoekers analyseerden ruim 115.000 woningtransacties uit de periode 2006 tot en met 2016. Daarbij maakten ze gebruik van gegevens van het Kadaster en de NVM om te onderzoeken hoe huishoudens reageerden op de verlaging van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent per 1 juli 2011. Die beleidswijziging bood een unieke mogelijkheid om het effect van de overdrachtsperiode op transacties en prijzen afzonderlijk te analyseren.

De resultaten laten zien dat huishoudens in het eerste halfjaar na de belastingverlaging gemiddeld 5,5 procent sneller overgingen tot de eigendomsoverdracht. Dat effect bleek echter tijdelijk. Toen duidelijk werd dat de maatregel waarschijnlijk permanent zou worden, nam de overdrachtsperiode juist weer iets toe. Volgens de onderzoekers wijst dit op een sterke gedragsreactie van kopers en verkopers op beleidswijzigingen.

Compensatie voor langere overdracht

Naast het gedragseffect blijkt ook dat een langere overdrachtsperiode financieel wordt verrekend in de verkoopprijs. Afhankelijk van de gebruikte analysemethode stijgt de woningprijs met ongeveer 40 tot 62 euro voor iedere extra dag tussen koopovereenkomst en eigendomsoverdracht. Dat suggereert dat verkopers compensatie vragen voor de kosten en risico’s die samenhangen met een latere overdracht, zoals de tijdswaarde van geld en eventuele dubbele woonlasten.

De studie laat bovendien zien dat een deel van het effect van de verlaging van de overdrachtsbelasting niet in hogere woningprijzen terechtkwam, maar in een kortere overdrachtsperiode. Daarmee stimuleerde de maatregel tijdelijk vooral de doorstroming op de woningmarkt. Volgens de auteurs onderstreept dit dat beleidsmakers niet alleen naar prijsontwikkelingen moeten kijken, maar ook naar de invloed van fiscale maatregelen op het verloop van het transactieproces.

Belang voor beleid

De auteurs concluderen dat de overdrachtsperiode nadrukkelijk een plaats verdient in onderzoek naar woningprijzen en woningmarktbeleid. Zij adviseren om de effecten van fiscale maatregelen zoals de overdrachtsbelasting breder te evalueren, omdat deze niet alleen invloed hebben op prijzen, maar ook op de snelheid waarmee transacties worden afgerond. Verder onderzoek naar de langetermijneffecten en de gevolgen voor verschillende groepen kopers kan volgens hen bijdragen aan effectiever woningmarktbeleid.

Lees hier het complete artikel

Over de auteurs

Dr. Martijn Dröes is Universitair hoofddocent Real Estate Finance aan de Universiteit van Amsterdam en docent aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE).

Prof. dr. Marc Francke is hoogleraar Real Estate Analytics aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd van R&D Labs bij Ortec Finance.

Daniek van der Zanden van Rabobank sloot het inhoudelijke deel van het VOGON-symposium 2026 af met een presentatie over wooncoöperaties. Volgens de sectormanager Vastgoed & Wonen vormen deze collectieve woonvormen een serieus alternatief binnen de vastgelopen woningmarkt. De traditionele tweedeling tussen kopen en huren voldoet steeds minder, terwijl burgers juist meer regie willen over hun woonomgeving.

Van der Zanden begon haar verhaal met een analyse van de huidige woningmarkt. Vooral de doorstroming van ouderen stokt. Veel senioren wonen langer in woningen die niet meer aansluiten bij hun levensfase, terwijl passende alternatieven ontbreken. Tegelijkertijd verandert het zorglandschap snel doordat ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen. “De huidige woon- en zorgstructuren sluiten eigenlijk niet meer aan op de markt zoals wij die nu hebben”, stelde ze.

Volgens Van der Zanden vraagt dat om “een andere manier van denken, een andere manier van doen en een andere manier van samenwerken”. Juist daarom ziet Rabobank veel potentie in wooncoöperaties. In deze woonvorm organiseren bewoners samen hun huisvesting, waarbij gemeenschappelijkheid, betaalbaarheid en sociale verbinding centraal staan.

Van der Zanden werkt inmiddels ruim dertien jaar bij Rabobank en maakte van betaalbaar wonen haar persoonlijke missie. “Mijn missie is om iedereen een betaalbare woning te geven, maar daarnaast ook een passende woning.” De afgelopen 2,5 jaar richtte ze zich volledig op het mogelijk maken van wooncoöperaties binnen de bank. Rabobank noemt deze beweging inmiddels “de derde woonweg”, naast de traditionele koop- en huurmarkt.

Totaal andere woonvorm

Een wooncoöperatie verschilt fundamenteel van traditionele woonvormen. De woningen zijn juridisch eigendom van de coöperatie en niet van individuele bewoners. De bewoners zijn lid van de coöperatie en hebben gezamenlijk zeggenschap over beheer, onderhoud en de toelating van nieuwe bewoners. “Niemand wordt financieel beter van wonen in een wooncoöperatie”, benadrukte Van der Zanden. Waardestijgingen blijven binnen de gemeenschap en eventuele overschotten worden gebruikt voor onderhoud, aflossing van leningen of nieuwe wooninitiatieven.

Volgens haar spreekt deze woonvorm een aanzienlijke groep woningzoekenden aan. Onderzoeken laten zien dat ongeveer 25 tot 35 procent van de woningzoekenden interesse heeft in gemeenschappelijk wonen. Daarbij kan de mate van collectiviteit sterk verschillen. Ouderen zoeken vaak vooral verbondenheid voor de voordeur en privacy daarachter, terwijl jongere bewoners juist vaker voorzieningen delen.

Coöperatie pakt maatschappelijk probleem aan

Rabobank ziet wooncoöperaties nadrukkelijk als een instrument om maatschappelijke problemen aan te pakken. Van der Zanden wees op de groeiende eenzaamheid, de oplopende woningprijzen en de behoefte aan meer gemeenschapsvorming. Vooral multigenerationeel wonen biedt volgens haar kansen. “Jong en oud samen onder één dak, samen zorgen voor hun eigen woonomgeving.”

De ontwikkeling verkeert nog in de beginfase, maar groeit snel. Rabobank heeft momenteel 105 wooncoöperaties in de pijplijn, waarvan 62 inmiddels beschikken over een concrete locatie. Dat vertegenwoordigt volgens Van der Zanden ruim 3500 woningen in het sociale en betaalbare segment. Tot nu financierde Rabobank vijf wooncoöperaties. Daarmee is de bank voorlopig de enige Nederlandse bank die dit structureel doet.

Financiering met pizzapunten

Het financieren van wooncoöperaties blijkt complex. Van der Zanden omschreef de financieringsstructuur als een “pizzapuntfinanciering”, opgebouwd uit verschillende financieringsbronnen. De bancaire lening vormt meestal 60 tot 70 procent van de totale investering. Daarnaast brengen bewoners zelf kapitaal in, vaak tussen de 5 en 10 procent van de totale kosten. Ook publieke fondsen, impactfinanciering, crowdfunding, obligaties en achtergestelde leningen spelen een rol.

Een belangrijke ontwikkeling is de oprichting van het landelijke leenfonds voor wooncoöperaties, waarvoor de overheid 60 miljoen euro beschikbaar stelt. Dat fonds moet vanaf volgend jaar operationeel zijn. Volgens Van der Zanden laat dit zien dat ook de overheid de maatschappelijke waarde van wooncoöperaties steeds nadrukkelijker erkent.

Aanvullende leningen uit impactfonds

Rabobank zelf werkt daarnaast met impactfinanciering via de Rabo Impact Foundation. Naast reguliere bancaire financiering verstrekt deze stichting aanvullende leningen tegen gunstigere voorwaarden. “We willen met dit geld zoveel mogelijk wooninitiatieven helpen”, aldus Van der Zanden.

Tegelijkertijd erkende ze dat de huidige financieringsconstructies nog ingewikkeld zijn. Hoe meer “pizzapunten” nodig zijn, hoe complexer en risicovoller de structuur wordt. Vooral obligatiecampagnes en crowdfunding brengen extra risico’s met zich mee. Op termijn hoopt Rabobank dat de financiering eenvoudiger kan worden georganiseerd.

Buurtcentrum in de plint

Als praktijkvoorbeeld presenteerde Van der Zanden wooncoöperatie Eureka in Amsterdam. Dit project omvat honderd woningen, gericht op jongeren en 55-plussers. Het complex bestaat grotendeels uit middeldure huurwoningen, aangevuld met vrije sectorwoningen om de businesscase rond te krijgen. Daarnaast bevat het project een buurtcentrum in de plint, dat door de gemeente Amsterdam mede wordt gefinancierd.

Voor Rabobank vormde Eureka een belangrijke leerschool. “De kracht van burgers is echt sterker dan we in eerste instantie hadden gedacht.” Volgens Van der Zanden bewijst het project dat bewonerscollectieven in staat zijn complexe gebiedsontwikkelingen zelf vorm te geven, mits ze professioneel worden begeleid. Procesbegeleiding is volgens haar essentieel, juist omdat bewonersgroepen bestaan uit mensen met uiteenlopende belangen en achtergronden.

Geen financieel voordeel voor bewoners

Tijdens de discussie met de zaal kwam ook de spanning tussen idealisme en praktijk aan bod. Wooncoöperaties zijn sterk gereguleerd om te voorkomen dat bewoners financieel profiteren van schaarste. Wie vertrekt uit een wooncoöperatie, krijgt maximaal de oorspronkelijke inleg terug. “Er wordt geen recht verkocht om betaalbaar te kunnen wonen”, benadrukte Van der Zanden.

Toch verwacht ze dat wooncoöperaties de komende jaren een veel grotere rol gaan spelen. Niet als vervanging van woningcorporaties, maar als aanvulling daarop. “We noemen het bewust de derde woonweg.” Volgens Van der Zanden groeit de politieke steun snel en neemt ook de maatschappelijke belangstelling toe. Daarmee lijken wooncoöperaties zich langzaam te ontwikkelen van niche-initiatief tot serieus onderdeel van de Nederlandse woningmarkt.

De Nederlandse woningmarkt is de afgelopen jaren volop in beweging geweest. De stijgende huurprijzen, het tekort aan betaalbare huurwoningen en de toenemende druk op de schaarse woonruimte hebben geleid tot ingrijpende overheidsmaatregelen. Met de Wet Betaalbare Huur beoogt de overheid betaalbaarheid te waarborgen in het gereguleerde huursegment en excessieve prijsstijgingen in de middenhuur af te remmen. Maar welke effecten heeft strengere regulering daadwerkelijk op de woningmarkt? En worden de gewenste resultaten ook behaald?

Tijdens deze studiemiddag op 28 november bij Bouwinvest aan de La Guardiaweg 4 in Amsterdam onderzoeken we de economische impact van huurregulering. Wat is de invloed op vraag en aanbod van huurwoningen? Wat zijn de gevolgen voor rendement en waardevermeerdering binnen de vastgoedmarkt? En hoe verhoudt het Nederlandse huurbeleid zich tot internationale voorbeelden en trends?

We nodigen u van harte uit om samen met ons deze belangrijke thema’s te verkennen, vragen te stellen en in discussie te gaan over de toekomst van de Nederlandse woningmarkt.

Programma:
• 14:45 – 15:00 uur: Inloop studiemiddag
• 15:00 – 15:20 uur: Introductiespreker Bouwinvest
• 15:20 – 16:00 uur: Matthijs Korevaar – Economische werking huurregulering
• 16:00 – 16:40 uur: Marietta Haffner – Huurregulering in internationaal perspectief
• 16:40 – 17:00 uur: Discussie
• 17:00 uur: Borrel

Sprekers:

Matthijs Korevaar is woningmarkteconoom en universitair docent aan de Erasmus Universiteit. Matthijs Korevaar presenteert op de studiemiddag zijn analyse over de economische gevolgen van huurregulering voor de vastgoedsector.  In zijn presentatie combineert hij de bevindingen van bestaand onderzoek naar huurregulering elders met nieuwe data over huren en rendementen in de Nederlandse private huurmarkt. Welke impact hebben deze maatregelen op prijsontwikkelingen, rendementen en het investeringsgedrag van spelers in de sector?

Econoom Marietta Haffner (TU Delft) put uit haar kennis van woonbeleid en woningmarkten in Europa en gaat in op de veranderende rol van de particuliere huur op de woningmarkt en de betaalbaarheid. Zij brengt kennis mee over verschillende generaties van huurregulering vanuit internationaal perspectief en de effecten van huurregulering op de woningmarkt. Marietta neemt het publiek ook mee in voorbeelden van huidig intensievere regulering, bijvoorbeeld de plannen van Berlijn die de gang naar de rechter niet overleefden.

Algemene informatie:

Kosten: Gratis voor VOGON-leden, niet-leden betalen €150 exclusief btw (hierbij is het lidmaatschap voor het volgende jaar inbegrepen). Introducés krijgen éénmalig 50% korting.
Inschrijving: Gebruik het inschrijfformulier om u op te geven voor deze studiemiddag.
Locatie: Bouwinvest, La Guardiaweg 4 in Amsterdam  https://www.bouwinvest.nl/over-ons/contact/
Bereikbaarheid: Bouwinvest is makkelijk te bereiken met het OV (treinstation Amsterdam Sloterdijk). Direct bij het gebouw zijn beperkte parkeerplaatsen beschikbaar. Betaald parkeren kan op 50m afstand bij Parkeergarage ParkBee Park Inn by Radisson Amsterdam City West.

Het bestuur en de activiteitencommissie van de VOGON zien uit naar jullie deelname aan deze boeiende middag.

Meld je hier aan

Tag Archief van: portrait

© Copyright 2022 Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland. Alle rechten voorbehouden. Privacy Verklaring